DE (TERUG)KOMST VAN JOACHIM STILLER

joachim stiller

Ik was een jaar of veertien en zat in de tweede klas van de middelbare school. Meneer Zwaan, onze leraar Nederlands, vertelde dat we voor het eindexamen een boekenlijst moesten samenstellen van (naar ik meen) 30 boeken. Om daar een begin mee te maken, dienden we een boek te lezen en daar een spreekbeurt over te houden.

Op goed geluk (literatuur was thuis braakliggend terrein) koos ik voor de magisch-realistische roman ‘De komst van Joachim Stiller’ (1960) van Hubert Lampo. Misschien gaf de omslag of de tekst op de achterflap de doorslag dit boek te kiezen.
Het was in ieder geval mijn kennismaking met de Nederlandse literatuur. Vanaf de eerste bladzijde was ik gefascineerd door het verhaal. Iedere bladzijde was vervuld van magie, mystiek, avontuur, romantiek, spanning en vage erotiek. En dan die taal: elke regel van Lampo leek wel een gedicht!

Even kort samenvatten voor wie het boek niet kent: de hoofdpersoon is Freek Groenevelt, een vrijgezelle journalist en romanschrijver. Hij is getuige van een reeks vreemde gebeurtenissen. Heden en verleden lijken door elkaar te lopen. Zo krijgt hij brieven van een zekere Joachim Stiller die 50 jaar eerder zijn geadresseerd en waarin de gebeurtenissen staan beschreven die Freek gaandeweg steeds meer verontrusten.
De naam Joachim Stiller blijkt ook verbonden aan de schrijver van een 16e-eeuws apocalyptisch geschrift én een Amerikaanse soldaat die in 1944 voor Freeks ogen om het leven komt. En passant ontmoet hij ook nog de liefde van zijn leven.
Als Freek uiteindelijk Joachim Stiller zelf zal ontmoeten, wordt deze overreden terwijl hij hem de hand wil schudden. Drie dagen later blijkt Stiller ook nog eens verdwenen uit het mortuarium.

Allemaal erg mysterieus en voor de bevattelijke en artistiekerige jongen die ik destijds was, ging er een geheel nieuwe wereld voor me open. Ik koesterde daarom een warme herinnering aan boek en schrijver, hoewel mijn interesses en literaire voorkeuren in de loop van de tijd aanzienlijk veranderden.

Toevallig kwam ik het boek onlangs tegen als e-book bij de bibliotheek. Ik zette het op mijn mobiel om de tijd in de trein naar en van mijn werk te vullen.
Hoe zou ik het vinden om na 50 jaar dit boek weer te lezen?
Daarover kunnen we kort zijn: wat een onwaarschijnlijke ouwehoer is die Freek Groenevelt. De poëzie die ik destijds in iedere zin meende te ontwaren bleek vooral een aaneenschakeling van gekunstelde volzinnen waarmee hij verslag doet van de ditjes en datjes in het gezapige en zelfvoldane leven van zichzelf.

Als hij weer eens in een café zit lezen we:

Het was nog vrij vroeg op de dag en van de plaats waar ik zat, vertoonde in de kromming van de straat het gewoel zich in een prachtig contre-jour, dat iedere fotograaf met geestdrift zou hebben vervuld, terwijl ik, op mijn beurt, niet helemaal onverschillig bleef voor de soms verrukkelijke doorschijnendheid van de dunne zomerjurken.

Dat werk. En dan is hij nog maar aan de koffie.
Gaandeweg kreeg ik bij iedere zin het gevoel dat ik de stem van Philip Freriks hoorde die plechtstatig de zinnen van het ‘Dictee der Nederlandse Taal’ oplas. Als Freek met zijn oude Citroën ergens heenrijdt, ‘snort’ zijn motor ‘tevreden’ of ‘voldaan’:

Terwijl mijn Citroëntje over de snelweg joeg en ik, mijn slechte gewoonte getrouw, krijgertje speelde met de pretentieuze Amerikaanse sleeën…

De rest van Antwerpen zit ondertussen in de zon, op een terras, in een café of is aan het werk. Hoewel ook in dat laatste geval er wel ergens een fles jenever te vinden is in een bureaulade, of achter een stapel boeken.
Dit alles om de getergde zenuwen tot bedaren te brengen.
Maar de groeiende ontreddering van Freek en de zijnen lijkt – om maar in de terminologie te blijven – zich af te spelen in een parallel universum waar de rest van Antwerpen part noch deel aan heeft.
En in dat magische en begeesterde universum hangt bovendien alles met alles samen; die wereld is een gigantische legpuzzel waarin heden en verleden dooreen klotsen. Stiller zelf zou als het ware uit zijn tijd ‘gevallen’ zijn, op drift geraakt tussen universums en gekomen om dé (of een) apocalyps te voorkomen en/of om Freek hoogstpersoonlijk te verlossen.
Waarvan of waarom blijft echter ongewis.

Destijds vond ik dit een fascinerend raadsel. Maar nu begon ik na enkele dagen forenzen steeds meer alinea’s over te slaan in de hoop het boek uit te krijgen voordat ik mijn station van bestemming had bereikt.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s