DE BRON VAN DE ROTTE

groene hart

Wie Rotterdam zegt, kan niet om de Rotte heen.
Toegegeven; vergeleken met de Nieuwe Maas die de stad met ruw machogedrag in tweeën splijt, is het maar een bescheiden watertje. Waar de rivier bij Hillegersberg de stad instroomt en daarna tussen Crooswijk en het Oude Noorden vastberaden koers zet naar het stadshart, lijkt het nog ergens op. Daar drukt het met brede schouders de stadsdelen uiteen.
Maar zodra de rivier het Rotterdamse centrum bereikt wordt het water getemd en in strakke banen geleid. Daar loopt het anoniem, bescheiden en roemloos leeg tussen nieuw- en wederopbouw. De Rotte verdwijnt simpelweg onder wegen en pleinen en mondt ongezien uit in de Leuvehaven.
Dat is het eindpunt, maar waar komt de Rotte eigenlijk vandaan?

Laten we daarom tegen de stroom ingaan en de rivier volgen vanuit het centrum van de stad. We beginnen aan oevers van straten die luisteren naar weinig tot de verbeelding sprekende namen als Hang, Zijl en Steiger. Dan volgt de Vlasmarkt en gaan we richting Grote Kerkplein en Delftsevaart. Vervolgens rechtsaf langs de Lombardkade en naar de Noorderbrug, de verbinding tussen de roemruchte volksbuurten van het Oude Noorden en Crooswijk.

Hier doet de Rotte een beetje stoer. Krijgt zelfs allure. En alsof dat niet genoeg is, gaat ze kronkelen als een wulpse dame. Eerst naar links de Crooswijksebocht in en dan langs de begraafplaats scherp naar rechts. Hier meerden ooit rouwschepen aan. Begraven in de Laurenskerk was niet langer aan de orde. De grote poort aan de waterzijde is een stille en niet meer in gebruik zijnde getuige. De Rotterdamse doden komen nu langs de andere kant van de begraafplaats met de auto.

Aan de Crooswijksekade liggen woonboten die net doen alsof ze Brabantse villa’s zijn. Van varen zal het niet meer komen; aan- en opbouw van schuren, fietsenstallingen, serres, gereedschapshokken, tuinhuizen en wat al niet meer verhinderen een behouden vaart. De kade aan de overkant waar het Oude Noorden ligt, kan wel een facelift gebruiken. Plannen zat, maar klinkende resultaten laten nog steeds op zich wachten.

rotte
Aan de Crooswijksekade liggen woonboten die net doen alsof ze Brabantse villa’s zijn

We steken de Gordelweg over, onder A20 en spoorviaduct door (graffiti doet hier een rommelige en vooral  vergeefse poging het grijze beton, zover het oog reikt, op te fleuren) langs de voormalige limonadefabriek. We zijn nu in Hillegersberg en volgen de Bergse Rechter Rottekade.
Koers pal noord.
In de verte lonkt het Prinsemolenpark.

De Rotte meandert – ondertussen wel vijftig meter breed – brutaal door het landschap alsof ze de stad even wil laten zien hoe zelfstandig en ongetemd zij is. Een welkome of ongewilde gast, het maakt haar geen moer uit. ‘Hier ben ik en hou me maar eens tegen’, lijkt ze te zeggen.

Dan, na het oversteken van de Molenlaan, kan linksom (Lage Bergse Bos) of rechtsom (Ommoord) een eindeloos genieten beginnen over de fiets- en wandelpaden langs de oever. Aan de rechterkant stond eens de ‘Boerderij aan de Rotte’. Een groepje alternatievelingen met licht anarchistische inslag had verregaande (en goed onderbouwde) plannen om de verwaarloosde boerderij op te knappen en tot een attractief activiteitencentrum te maken.
Het Rotterdamse bestuur had daar echter geen oren naar. Die liet ze namelijk liever hangen naar commerciële projectontwikkelaars met snelle praatjes en dikke Rolexen.
Drie keer raden wie er aan het langste eind trok.
Juist: de alternatievelingen moesten vertrekken. De boerderij werd te koop gezet. Niemand van de Rolexbrigade wilde het ding kopen. Geregisseerde verwaarlozing, geholpen door wat spontaan vandalisme, deed de rest.

Ik zou me – met terugwerkende kracht – alsnog een fiks potje boos kunnen maken. Het is namelijk allemaal bestuurlijke arrogantie, machtswellust en spelletjes in achterkamertjes door potentaten met een blikvernauwing waar geen bypass tegen opgewassen is. Maar nu even kalm aan: we passeren de Rottemeren. Dit uitzicht maakt veel goed. En daarbij: de stad ligt al ver achter ons. We zijn buiten; balsem voor de stadse ziel.

Maar kijk nu eens. Een gemaal: ir. J.J. de Graeff. De Rotte versmalt. We duiken onder de A12 door, komen bij de Hollevoeterbrug, volgen nog een stukje Rottedijk (what’s in a name?). En dan? Ergens bij Moerkapelle houdt het als bij toverslag gewoon op! Zo onbestemd als de Rotte in het hart van Rotterdam eindigt, zo onvindbaar is ook de bron…

Ik knijp in m’n arm: zie ik daar in de verte aan de horizon nog de hoogbouw van Rotterdam, of is ook dat een fata morgana?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s