LITERATUUR EN HET GROTE VERGETEN

amnesia in litteris

Tussen 30 december 1996 en 22 augustus 2000 las ik 189 romans en verhalenbundels. Dat komt neer op één boek per week. Ik weet dit, omdat ik in die periode een soort ‘lezersdagboek’ bijhield. Ik maakte daarin een ultrakorte schets van het verhaal, met de belangrijkste personages en de tijd waarin en de plaats waar alles zich afspeelde.

Aanvankelijk deed ik dit op indexkaartjes. Na de komst van de eerste personal computer in ons huishouden (een platte Tandon met Windows 3.1) vond dit archief(je) zijn weg naar een 3.5 inch diskette met als label ‘Boeken.’

1.44 MB versus het muizenbrein

Voor de jongeren onder ons: een 3.5-inch diskette was een magnetisch schijfje in een gesloten plastic behuizing waarop je 1.44 MB aan gegevens kwijt kon. Het schijfje deed je in een speciaal station, waar het met een snerpend geluid ronddraaide om alle informatie te laden of op te slaan.

Die 1.44 MB is natuurlijk onvoorstelbaar voor de hedendaagse gebruiker die gewend is te denken in tera- of zelfs petabyte. Wat overigens allemaal ook niet zoveel voorstelt, want volgens Wikipedia komt het brein van een muis al overeen met 60 petabyte. Vraag me niet wat ik me bij het muizenbrein moet voorstellen; feit is dat die 1.44 MB genoeg was om 42 word-bestanden op te slaan en ook nog 0.23 MB over te houden.

Dubbelop vergeten

Ik was het hele boekenbestand vergeten, totdat ik enkele jaren terug besloot om alle 3.5-inch diskettes door te lopen en te zien wat nog van werkelijk nut was. Niets eigenlijk. Maar nu bleek hoe moeilijk het is afscheid te nemen; niet alleen van spulletjes, maar ook van informatie.
Ik besloot alles op USB-stick te zetten.

Ook dit was ik in de tussentijd weer vergeten, totdat ik onlangs een map ‘rommelzolder’ opende en daar waren ze weer: al die 189 boeken, ooit met aandacht gelezen en de inhoud genoteerd en zelfs voorzien van een waardering tussen de één en vijf.

Het (ontbrekende) geheugenspoor

Toevallig was ik op dat moment aan het lezen in een boek van de geheugenpsycholoog Douwe Draaisma. Hij schrijft fascinerende dingen over herinneren en (kan het één zonder het ander?) vergeten. Wat mij nu vooral interesseerde was de vraag hoeveel van al dat lezen van 21 tot 17 jaar terug was blijven hangen? Dat bleek teleurstellend weinig!

Neem de auteur Felipe Alfau. In 1997 las ik twee boeken van hem, ‘Chromo’s’ en ‘Locos (A comedy of gestures)’. De zelfgeschreven samenvatting leverde geen moment herkenning op. Namen en situaties zeiden me niets.
Ik had het net zo goed niet kunnen lezen.

Dat gold, gelukkig, niet voor alle auteurs. Sommigen hadden meer indruk gemaakt en ergens resoneerden flarden van een verhaal, een sfeer of context. Over andere boeken sprak ik met vrienden en bekenden, waardoor een – om in de woorden van Draaisma te spreken – dieper geheugenspoor ontstond.

Amnesia in litteris

Veel van de boeken die ik me nog wel voor de geest kon halen, had ik eerder al (of later nogmaals) gelezen. Of ik had ze als film teruggezien. Daardoor raakten beelden uit de film verdwaald in de herinnering aan de geschreven versie.

Ook op andere manieren hielpen omstandigheden het geheugenspoor uit te diepen. Zo had ik de bestseller ‘Het Parfum’ van Patrick Süskind gelezen terwijl ik op vakantie was in de streek waar het verhaal zich afspeelde. En nog weer later zag ik de verfilming over de op de Parijse vismarkt geboren Jean-Baptiste Grenouille die grootse geuren wilde scheppen en zich ontpopt als seriemoordenaar.

Maar van een ander boek van diezelfde Süskind, ‘De erfenis van Maître Mussard’ uit 1995, kon ik mij helemaal niets meer herinneren. In wat ik er zelf over schreef las ik dat het om drie verhalen en een beschouwing ging. Die beschouwing heet ‘Amnesia in litteris’ en gaat over het feit dat de schrijver boeken terugziet die hij gelezen heeft. Hij moet concluderen van de inhoud niets meer weten.
‘Dertig jaar voor niets gelezen (…) niets anders overgehouden dan een grote leegte’, luidt de trieste conclusie. Maar de schrijver bedenkt zich: misschien is lezen een gebeuren dat het bewustzijn grondig doordrenkt, maar op een zo osmotische wijze, dat men van dit proces niets merkt.

Een dag in augustus 1999

Daar valt dan nog enige hoop uit te putten. Anders is het een tamelijk zinloze exercitie geweest. In mijn geval dan geen dertig jaar, maar toch…
Had ik het net zo goed kunnen laten?
Maar wat had ik dan moeten doen?
En zou ik daar wel herinnering aan bewaard hebben?
Wat ik nu nog weet van ‘De erfenis van Maître Mussard’ heb ik op 22 augustus 1999 opgeschreven. Maar wat deed ik verder die dag? Het was, zo leert Google mij, een zondag. Die dag was het redelijk zonnig en fris warm (17,9 graden om precies te zijn). De zon kwam op om 6:35 uur en ging onder om 20:50 uur.
Het enige noemenswaardige nieuwsfeit dat ik verder kon vinden (op wat voetbaluitslagen na) was een crash van China Airlines Flight 642 op Hong Kong International Airport. Van de 315 inzittenden kwamen er drie om het leven.

Weet ik daar nog iets van?
Nope.
En van dit: op de eerste plaats in de Nederlandse Top 40 stond ‘Mambo No.5 (A little bit of…)’ van Lou Bega.
Ooit gehoord van Lou Bega?
Nope.
En is dát dan erg?
Zeg het zelf maar…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s